Essentiële pokertermen en terminologie
De grenzen van de pokerwereld worden bepaald door de pokerterminologie. Nieuwkomers dienen eerst vertrouwd te geraken met de pokertermen en veteranen beweren dat pokertaal een even belangrijk facet van de poker game is als de spelregels of strategieën. Het is enkel gemakkelijker onder de knie te krijgen.
Het pokerjargon is eenvoudig te leren. Hierdoor kunnen spelers gemakkelijk een gesprek aanknopen rond de tafel. Zonder geld op het spel te zetten, kun je door het gebruik van pokerterminologie de indruk geven een doorgewinterd speler te zijn. Door overdadig gebruik van pokertermen, kun je daarentegen het tegenovergestelde effect bekomen. Het begrijpen van de pokertermen maakt in ieder geval deel uit van de inwijding in de pokerwereld.
Het jargon komt niet enkel voor in duistere pokerrooms in Vegas, het is ook een gebruikelijk fenomeen bij online poker. Dankzij de chat functie in de online poker rooms blijft de traditionele pokertaal voortbestaan en beleven spelers het magische gevoel van de poker games. Er zijn zelfs nieuwe termen afkomstig uit het online poker, die bijdragen aan de evolutie van de taal.
Pokertermen
Action (actie):
‘The action is on’ wilt zeggen dat iemand aan de beurt is. Er zijn vijf mogelijkheden: check, bet, call, raise (en re-raise) of fold.
Add-on (toevoegen:
Tijdens sommige toernooien kunnen spelers gedurende specifieke periodes diches toevoegen aan hun stack. Meestal is dit bij het begin van het toernooi of van een nieuwe ronde.
All-in:
All-in gaan betekent dat je al je fiches inzet en voor een alles of niets situatie staat. Dit gebeurt automatisch als je onvoldoende fiches hebt om in de ronde te blijven. Je kunt ook all-in gaan als de inzet hoger is dan het aantal fiches waarover je beschikt en je toch deze inzet wenst te plaatsen. Bij No-Limit games, (er staat geen limiet op het bedrag dat je mag inzetten), kan all-in gaan een bepaalde strategie zijn. Eens je all-in bent, kun je enkel het deel van de pot winnen tot het moment waarop je all-in ent gegaan, inclusief je all-in inzet. Inzetten die daarna geplaatst werden zullen naar een side pot gaan, die je niet kunt winnen. Bij online poker worden de all-in regels toegepast in het geval de internetverbinding onderbroken wordt terwijl het spel aan de gang is. Jij kunt dan enkel een main pot winnen t/m je laatste inzet, voordat de verbinding werd verbroken. Alle daaropvolgende inzetten van andere spelers vormen een side pot, maar jij kunt nog meedingen naar de main pot.
Ante:
Een verplichte inzet van iedere speler aan de tafel, voordat de nieuwe ronde van start gaat.
Avatar:
De afbeelding van een speler aan de tafel bij online poker.
Away From Table:
Bij toernooien gaat het spel verder. De optie ‘sit out’ heb je niet. Als je echter een pauze wenst in te lassen, dan is je status ‘away from table’. Jij zult bij elke hand kaarten ontvangen en je plaatst op je beurt blinds/antes. Als er een hogere inzet geplaatst wordt, dan fold je automatisch. Bij online pokertoernooien ben je 'away from table' als de verbinding met de server verbroken werd.
Bad Beat:
Deze term slaat op iemand die verliest met een hand tegen iemand die statistisch gezien een veel slechtere hand heeft.
Bankroll:
Het geldbedrag dat een speler opzij zet om te pokeren, op welk moment dan ook.
Bet the Pot:
Wanneer een speler een inzet plaatst gelijk aan de waarde van de pot op dat moment. Meestal bij Pot Limit games.
Blinds:
Verplichte inzetten, meestal geplaatst door de eerste twee spelers die links van de dealer zitten. De blinds worden geplaatst voordat er kaarten gedeeld worden. Vandaar de naam 'blinds'. De ene blind is de small blind, meestal gelijk aan de helft van de minimuminzet. De big blind is meestal gelijk aan de minimuminzet.
Bluffing (bluffen):
Inzetten of raisen terwijl je slechte kaarten hebt. Doordat je de indruk wilt wekken een betere hand te hebben dan werkelijk het geval is, probeer je de andere spelers te doen folden. Het bluffen maakt het spel voor velen tot een psychologische strijd.
Board:
De community cards bij flop games zoals
Texas Holdem worden ook 'the board' genoemd.
Burn:
Dit is een kaart uit het spel verwijderen. In live pokerrooms zal de dealer de bovenste kaart van de stapel verwijderen 'burn' voordat de volgende community card wordt gedeeld. Bij online pokerrooms wordt dit niet gedaan aangezien er geen risico is op valsspelen. Bij Stud Poker games zoals
Seven Stud, wordt elke getoonde kaart die gefolded werd, verwijderd. Spelers proberen de verwijderde kaarten te onthouden om zo hun kansen te berekenen.
Button:
Een ronde indicator die doorgeschoven wordt en aangeeft welke speler in de dealerpositie zit. De button wordt gebruikt bij positionele poker games, waarbij de positie t.o.v. de dealer cruciaal is voor het verloop van de hand en het bepalen van de pokerstrategie.
Buy-in:
Het minimumbedrag dat een speler dient te betalen om aan een spel deel te nemen. Bij pokertoernooien worden fees (commissie) betaald i.p.v de 'buy-in'.
Call:
Door te callen zet je hetzelfde bedrag in als dat van de voorafgaande inzet.
Cap:
Bij Limit poker games staan er niet enkel limieten op het inzetbedrag, maar gelden er ook beperkingen op het aantal inzetten per ronde. De laatste toegelaten raise tijdens een ronde wordt ook 'the cap' genoemd.
Check:
Als nog niemand een inzet geplaatst heeft voor de turn en je wenst geen inzet te plaatsen, dan 'check' je en laat je de volgende speler aan de beurt. Checking is passief, maar je kunt er onoplettende tegenspelers mee verschalken.
Chip Leader:
The player currently stacking the most chips. Used mainly in tournaments.
Collusion (samenzwering):
Samanzweren is valsspelen door informatie te delen. Als twee of meer spelers informatie delen over hun kaarten, dan hebben ze een voordeel t.o.v. andere spelers. In casino's en tijdens toernooien, mogen spelers geen taal spreken die de dealer niet kan verstaan. Online pokerrooms gebruiken gespecialiseerde software om frauduleuze handelingen op te sporen.
Community Cards (Window Cards, Shared Cards):
Bij Flop poker games zijn dit de kaarten die door alle spelers gedeeld worden en face-up (beeldzijde omhoog) in het midden van de tafel gelegd worden. Spelers vormen hun best mogelijk hand, bestaande uit vijf kaarten, met de community cards en hun hole cards. Lees ook de 'board'.
Dead Hand:
Een hand waarmee niet langer wordt deelgenomen aan het spel.
Down Cards (Face Down - beeldzijde omlaag):
Kaarten die een speler ontvangt met de beeldzijde omlaag. Ook bekend als hole cards. Het tegenovergestelde van face up kaarten.
Draw, Drawing Hand:
Een pokerhand die nog niet volledig is. Een speler die bijvoorbeeld voor een straight gaat (drawing), moet 'hit his outs' (zie outs) om de hand te vervolledigen. Het tegenovergestelde van een made hand.
Drawing Dead:
Drawing voor een hand waarmee je zult verliezen, zelfs als ze 'made'is. Als je bijvoorbeeld voor een straight gaat, maar je tegenstander heeft al een full house, dan spreekt men van drawing dead.
Drop:
Dit is een synoniem voor een hand folden. Je geeft op en maakt geen kans meer om de pot te winnen.
Face Up (Up Cards - beeldzijde omhoog):
Kaarten die met de beeldzijde omhoog gedeeld worden, zodat iedereen er de waarde van kan zien. Face-up cards worden niet altijd door meerdere spelers gebruikt, gedeeld. Bijvoorbeeld bij
Seven Card Stud, zijn er geen shared cards (gedeelde kaarten), hoewel vier van de zeven kaarten die elke speler ontvangt, face –up en drie face-down gedeeld worden.
Family Pot:
Als elke speler aan de tafel callt bij de pre-flop inzet, dan spreekt men van een family pot.
Fish:
Een speler waarvan je gemakkelijk kunt winnen, meestal een nieuwkomer. Het tegenovergestelde is een shark. Je kunt een fish herkennen door zijn passieve spel, het feit dat hij niet kan inschatten dat hij er slecht voor staat en het grote aantal handen waaraan hij deelneemt.
Flop:
De eerste drie community cards, die face-up gedeeld worden bij Texas Hold’em.
Fold:
Dit betekent opgeven, niet meer deelnemen aan de hand en dus geen kans meer maken op winst. Zie ook drop.
Forced Bet:
Bij sommige pokervarianten moeten er op bepaalde momenten inzetten geplaatst worden. Meestal bij het begin van elke ronde. Blinds en antes zijn voorbeelden van forced bets.
Freeroll:
Een pokertoernooi waarvoor je niet moet betalen om deel te nemen. Online Freeroll toernooien zijn zeer populair. Meestal hoef je je enkel in te schrijven. Bij Freerolls kun je gratis tickets winnen voor grotere toernooien, of worden er cashprijzen weggegeven.
Freezeout:
Een pokertoernooi zonder re-buys. Spelers zijn uitgeschakeld vanaf het moment dat ze geen fiches meer hebben. De speler die op het laatste overblijft is de winnaar. De meeste pokertoernooien zijn Freezeout toernooien.
Hand:
Een combinatie van kaarten tijdens een spelronde van een speler. Tijdens een hand worden de kaarten geschud en gedeeld, fiches worden ingezet en de winnaar wordt bepaald.
Heads Up (Head to Head):
Eén tegen één. Heads-up is elk pokerspel of elke situatie waarbij twee spelers het tegen elkaar opnemen.
High Card:
De hoogste kaart van een hand.
High Hand:
Het traditionele
systeem om kaarten te rangschikken bij poker. Het tegenovergestelde van Lowball.
High-Low (Split Poker):
Games waarbij zowel de hoogste als de laagste hand beloond wordt, door de pot tussen beiden te verdelen. Bij Hi-Low games zijn er meestal voorwaarden waaraan de low hand moet voldoen. Voldoet de low hand daar niet aan, dan gaat de hele pot naar de high hand.
Hole Cards:
Kaarten die met de beeldzijde omlaag gedeeld worden aan de speler. Een synoniem voor down cards en het tegenovergestelde van face up cards.
In:
Als je 'in' bent, dan ben je een speler die actief deelneemt aan de hand. Je fold dus (nog) niet.
In the Money (ITM):
Je eindigt op een plaats in het klassement van het toernooi waar je geld verdient. Ook bekend als cashing in bij een toernooi.
Inside Straight (Belly Buster, Gut Shot, Gut Draw):
Een hand waarbij de middelste kaart ontbreekt om een straight te vormen. Als een speler bijvoorbeeld 4,5,7,8 heeft, dan moet hij een 6 krijgen om een straight te hebben. Een inside straight wordt meestal als een tactisch slippertje beschouwd omdat er maar vier mogelijkheden zijn om iets van deze hand te maken (in dit geval de vier zessen in het spel).
Jackpot:
Jackpots bestaat ook bij poker. Sommige online pokerrooms en live casino's bieden progressive jackpots (het prijzengeld wordt steeds groter) aan die onder bepaalde omstandigheden gewonnen kunnen worden. Een populaire poker jackpot is de bad beat bonus. De bad beat bonus wordt uitgekeerd aan alle spelers rond de tafel terwijl ze getuige zijn en deelnemen aan bad beats, die aan bepaalde regel voldoen.
Kicker:
De kaart die de winnaar bepaalt bij een gelijkspel bij verschillende poker hands.
Limit Games:
Games waarbij zowel de grootte van de inzet als het aantal ervan beperkt is. Het tegenovergestelde van no limit games.
Lowball:
Pokervarianten waarbij de laagste hand de pot wint. Het tegenovergestelde van high hand.
Made Hand:
Een hand die verbeterd moet worden om een zekere waarde te hebben. Een made hand kan nog steeds een betere hand worden. Bijvoorbeeld, 4,5,6,7,8 is een 'eight-high made straight'. Als er een 9 wordt getrokken, zal de hand verbeteren tot een nine-high straight. Een made hand zal niet noodzakelijk winnen, want je tegenstander kan een betere made hand hebben.
Muck:
Deze pokerterm heeft twee betekenissen. Als zelfstandig naamwoord verwijst het naar de stapel gefolde, of weggelegde kaarten. Het werkwoord ‘to muck’ betekent dat je je kaarten niet wilt laten zien op het einde van de hand. Als je in het vizier wordt gehouden, dan is het soms een slimme keuze om te mucken.
nh:
Een veel voorkomend compliment in online pokerrooms, nh staat voor ‘nice hand’.
No Limit Games:
Games waarbij er geen beperkingen staan op de grootte of het aantal van de inzetten in een ronde. De enige beperking is dat spelers enkel de waarde van de fiches die ze hebben kunnen inzetten. Dit is het tegenovergestelde van limit games.
Nut Hand (the Nuts):
Zonder twijfel de beste hand in een bepaalde ronde. Meestal toepasselijk bij Flop games zoals
Texas Holdem, gedeelde community cards moeten gebruiken om hun hand te vormen. Met de community cards op de tafel in beschouwing genomen, kun je uitmaken of jij de nuts in handen hebt.
On The Button:
De dealer positie bij Texas Holdem of Omaha. De dealer positie verschuift met de richting van de wijzers rond de tafel en wordt aangeduid door een knop met de letter D.
Out, Outs:
Je outs zijn kaarten die je niet kunt zien en die je hand kunnen verbeteren om een drawing hand te bekomen (zie boven).
Outside Straight (Two-Way Straight Draw, Open Ended Straight Draw):
Een met vier opeenvolgende kaarten, op weg naar een straight. Deze hand heeft acht outs, aangezien de staight gemaakt kan worden met een kaart aan een van beide zijden van de reeks. Bijvoorbeeld, als een speler 4,5,6,7, heeft, dan heeft hij een 3 of een 8 nodig voor een straight.
Play Chips:
Fiches die gebruikt worden in de oefenmodus of aan tafels met speelgeld (play-money). Deze fiches hebben geen monetaire waarde.
Playing the Board:
Als je best mogelijke hand bij Texas Holdem bestaat uit de vijf community cards op de tafel. Dit is meestal geen goede zaak.
Pocket Cards:
De twee down cards (of hole cards) die bij het begin van een hand gedeeld worden bij Holdem.
Pocket Pair:
Als de pocket cards van een speler een paar vormen.
Pot:
De stapel fiches, die zich meestal in het midden van de tafel bevindt en die tijdens een pokerhand gewonnen kan worden.
Raise:
De bet verhogen door een groter bedrag in te zetten dan de voorgaande bet.
Rake:
Een klein percentage dat de pokerroom van de pot afhoudt als commissie voor de service.
Rank:
De waarde van de kaart in het pokerspel.
Re-buy:
Elke aantal fiches dat extra kan aangekocht worden naa de oorspronkelijke buy-in.
Reducing:
Je fiches van de tafel verwijderen, enkel om onmiddellijk daarna terug te komen met een kleiner aantal fiches en de verwijderde fiches als winsten veilig te stellen. Reducing getuigt van weinig pokeretiquette.
River:
De laatste kaart die gedeeld wordt tijdens een pokerhand.
Satellite:
Een toernooi waarbij de winnaar(s) toegang kunnen winnen tot een belangrijker pokertoernooi.
Screen Name:
De identiteit waaronder pokerspelers online bekend zijn. Sommige beroemde online pokerspelers zijn enkel gekend onder hun screen name.
Shark:
Een ervaren pokerspeler, het tegenovergestelde van een fish.
Showdown:
De laatste fase van de hand. Nadat alle inzetten geplaatst werden, tonen spelers hun kaarten om de winnaar te kunnen bepalen.
Sit’N’Go:
Een toernooi waarvan de aanvangstijd niet vaststaat. Eens alle plaatsen rond de tafel ingenomen werden, kan het spel beginnen.
Slow Play:
Als je goede kaarten in handen hebt en door je spelwijze de indruk probeert te wekken dat je een zwakke hand hebt. Deze tactiek pas je toe als je denk een grote kans op winst te maken, om meer geld in de pot te krijgen. Slow playing is tactisch gezien het tegenovergestelde van bluffen.
Stakes:
Bij Limit poker games, zijn stakes vastgestelde bedragen voor bets en raises.
Trips:
Een ander woord voor three-of-a-kind.
Turbo Play:
Snellere poker games – spelers hebben minder tijd om beslissingen te maken waardoor het spel sneller verloopt.
Turn:
De vierde community card bij Texas Holdem en Omaha.
Up Cards:
Kaarten die met de beeldzijde omhoog gedeeld worden, zodat alle speler rond de tafel de waarde ervan kunnen zien. Een andere term voor face up en het tegengestelde van down cards.
Wheel:
De beste low hand bij sommige Lowball poker varianten. De wheel is een hand bestaande uit A,2,3,4,5.